Wildgroei aan meldpunten dreigt voor klokkenluider

Op dinsdag 6 augustus 2019 is onderstaand opinieartikel van voorzitter Wilbert Tomesen verschenen in dagblad Trouw. In het artikel spreekt Wilbert Tomesen zijn zorg uit over de dreigende wildgroei aan uiteenlopende meldpunten, iets wat mogelijk leidt tot nog complexere en langduriger meldtrajecten voor melders van mogelijke misstanden.

Wildgroei aan meldpunten dreigt voor klokkenluider

Het blijft worstelen met integriteit op de werkvloer. Bij de overheid, in het bedrijfsleven, bij maatschappelijke organisaties, allerwege wordt om maatregelen gevraagd. Volkomen terecht, integriteit verdient de volle aandacht. Maar ik schrik van de maatregel die bij voorkeur geopperd wordt.

Bij de politie zou naast de bestaande interne kanalen een ‘onafhankelijk landelijk meldpunt misstanden’ moeten komen (NRC, 13 juli 2019, ‘Kamerleden willen dat Grapperhaus misstanden bij politie aanpakt’). Het Ministerie van J&V wil zo’n tussenstation openen voor het eigen ministerie, de DJI, het NFI, de IND en mogelijk zelfs het OM (Binnenlands Bestuur, 11 juli 2019, ‘Justitie krijgt onafhankelijke integriteitscommissie’). En de lijst is niet compleet, er dreigt een wildgroei aan meldpunten.

Meer loketten, meer kansen voor een klokkenluider? Meer is niet altijd beter. Het is voor melders van misstanden zelfs schadelijk als er nóg een tussenstap wordt ingebouwd. Voor klokkenluiders is de tijd altijd in het nadeel. Een misstand melden is stressvol en het kost bakken met geld. Hoe langer dat duurt, des te groter de kans op schade.

Bovendien is een misstand melden nu al nodeloos ingewikkeld. In Nederland moet een klokkenluider eerst intern melden. Pas daarna bij de meest geschikte externe autoriteit (maar welke is dat?), en alleen als die niets kan doen, mag het Huis voor Klokkenluiders misschien in actie komen. Maar na drie jaar ervaring weet ik: het leed is dan al lang geleden.

Het liefst zie ik dat alle mensen in Nederland een probleem veilig bij hun eigen werkgever kunnen melden. Maar soms is dat helaas onmogelijk. Willen we dan echt nog een tussenlaag van ‘onafhankelijke, overkoepelende, maar interne’ meldpunten? Dan blijven melders nóg langer hangen in een schimmig tussenland. En dan zwemmen werkgevers onvermijdelijk in een zelfgemaakte fuik: ze verliezen de regie, maar blijven wél verantwoordelijk voor een goede oplossing.

Zo snel mogelijk naar het juiste loket, is dus het devies. Zodat een melder weer tijd en energie kan steken in positieve dingen: in werk, vrienden, familie. Zodat mensen niet hun hele leven klokkenluider blijven.

Binnenkort stemt het Europees parlement in met een uitstekende Europese richtlijn voor klokkenluiden. De implementatie in nationale wetgeving mag twee jaar duren, de nieuwe regels gaan uiterlijk najaar 2021 gelden. Ook in Nederland. Die richtlijn is duidelijk: of intern melden, of extern melden bij een externe autoriteit. Geen schimmige tussenlaag, geen wirwar van instanties.

Nu integriteit de aandacht krijgt die het verdient, nu Europa vraagt om een nieuw meldsysteem, nu we volop aan het werk zijn met de toekomst van het Huis voor Klokkenluiders, doe ik dus een oproep: voorkom een wildgroei van overbodige loketten. Maak het Huis voor Klokkenluiders hét externe meldpunt, dé onafhankelijke integriteitsautoriteit zoals de Europese richtlijn die voor ogen heeft.

Dan kunnen melders voor externe meldingen in één keer bij het Huis terecht. Wij zorgen er dan voor dat elke melding zo snel mogelijk bij de juiste onderzoeksinstantie terechtkomt. Is die instantie er niet, dan kan het Huis de misstand meteen zelf onderzoeken. En – want dat verplicht Europa straks ook – dan kan het Huis toegang bieden tot psychologische, juridische en financiële ondersteuning.

Met zo’n Huis kunnen melders van misstanden zo snel mogelijk weer dóór met hun leven, krijgen we zorgwekkende signalen zo snel mogelijk boven tafel. En kunnen we de integriteit in onze samenleving weer een beetje beter bewaken.

Link naar het opinieartikel in Trouw.

Deel via: